Verhaal Orpheus

Orpheus en Eurydice
De verenigingsnaam ‘Orpheus’ verwijst naar het verhaal van Orpheus en Eurydice, één van de bekendste mythische liefdesgeschiedenissen uit de wereldliteratuur.

Als je in een Orpheus situatie belandt, is er een verlies van de oude zekerheden en vaak zal het leven anders worden. Het heeft (veel) tijd nodig om dit te verwerken. Je komt eigenlijk in een soort rouwproces.
In deze mythe, een verhaal waarin belangrijke levensgebeurtenissen duidelijk worden gemaakt, komen de fases van die rouwverwerking heel duidelijk aan de orde.
Dr. Elizabeth Kübler-Ross heeft deze fases duidelijk beschreven. Hieronder komt een korte uitleg. Daarna komt het uitgebreide verhaal van Orpheus en Eurydice.

De vijf fasen van rouw / omgaan met verlies.
Als mensen met verlies, op welke manier dan ook, geconfronteerd worden, zijn er diverse fasen te herkennen die men doorloopt bij de verwerking.
De fasen zullen niet altijd in een vaste volgorde doorlopen worden en ze vragen zeker niet allemaal dezelfde tijd. Bij iedereen verloopt het proces weer anders; sommige mensen slaan fasen over en anderen blijven lang in één fase hangen. Een veilige plek is nodig om gevoelens te kunnen uiten. Het is daarbij belangrijk dat iemand niet alleen gelaten wordt, dat ‘wij’ het uithouden en erbij of in de buurt blijven. Respect voor het proces is nodig. Iemand kan niet op commando een fase doorleven of afsluiten. Bewustzijn van dit proces helpt wel om te (h)erkennen en er geduld mee te hebben.

Ontkenning: men wil/kan het gebeurde niet accepteren, ‘het is niet waar’.
De ontkenning werkt als een (tijdelijk) afweermechanisme, maar ook als
bescherming na een onverwacht schokkend bericht en geeft de rouwende
gelegenheid weer tot zichzelf te komen en een manier te vinden om er mee om te gaan. In deze fase is er ook de hoop, die mensen de kracht geeft om door te gaan en als het ware het gebeurde ongedaan te maken.

Woede: als de waarheid tot iemand is doorgedrongen, ontstaat er vaak boosheid.
Deze woede kan zich richten op van alles en iedereen, de partner, familieleden, God,
zichzelf, het eigen lichaam, enz. In deze periode is het vaak moeilijk iemand te benaderen, hij jaagt iedereen bij zich vandaan. Op de bodem van de woede ligt vaak het verdriet.

Marchanderen / Onderhandelen: men gaat proberen met het Lot, God of zichzelf te onderhandelen, het op een akkoordje te gooien.
Men belooft het één te doen als er iets anders tegenover staat, men zegt bijv.
‘Ik ga ………doen, dan zal ik vast weer beter worden’ of ‘Als ik hem/ haar de ruimte geef, dan zal hij/zij mij zeker nooit in de steek laten’ Ook hier is veelal de hoop (op herstel) een grote drijfveer.

Verdriet/depressie: in dit stadium kan men de rouwende soms bijna niet bereiken, hij zit diep in zijn verdriet en niets kan hem eruit halen.
Men is bezig het verlies dat men geleden heeft te verwerken, waarbij eventuele verliezen uit het verleden ook weer aangeraakt worden. Men kan behoefte hebben aan het steeds weer uiten van het verdriet. Huilen is nodig om verdriet te uiten. De mate van het verdriet zegt iets over het verloren geluk. Spijt van wat niet gedaan of gezegd is, speelt vaak een rol.
Op de bodem van het verdriet ligt vaak woede. Onderdrukte woede is vaak de oorzaak voor een ernstiger depressie.

Aanvaarding: als iemand voldoende tijd en vaak ook enige hulp heeft gehad om door de genoemde stadia te gaan, dan kan hij bij deze laatste fase komen, de acceptatie van zijn lot. Er komt berusting en men kan onthechten, loslaten. Loslaten is niet hetzelfde als vergeten.

Het verhaal van Orpheus en Eurydice:
Door het hele land werd de fantastische zanger Orpheus geprezen. Apollo schonk hem een lier en wanneer Orpheus zijn gezang liet horen, kon niemand de goddelijke macht ervan weerstaan. Alle dieren in de natuur, de vogels, de vissen, maar ook de bomen en zelfs de stenen bracht de zanger in beweging. Hij kon zijn geluk niet op toen hij de nimf Eurydice trouwde.

Ontkenning:
Het geluk was van korte duur. Toen de nimf op het groene veld ging dansen werd zij door een adder gebeten. Het was een kleine wond, maar uiteindelijk stierf ze eraan. Orpheus kon zich echter geen leven zonder Eurydice voorstellen. Hij stond de gedachten niet toe dat zij er nooit meer zou zijn. Het kon niet waar zijn.

Onderhandeling:
Orpheus bedacht een ongekend plan. Hij zou in de onderwereld neerdalen en de heerser over de schimmen smeken zijn echtgenote aan hem terug te geven. “Hij kan mijn bede niet weigeren,” sprak hij bij zichzelf, “wanneer hij ziet hoe groot onze liefde is.”

Bij de poort die naar de onderwereld leidde, daalde hij af. Aangekomen bij Hades de heerser over de doden, nam hij zijn lier en begon te zingen over de zijn grote liefde voor zijn vrouw.
“Kan er geen gevolg gegeven worden, dan wil ik hier eeuwig blijven. Ik keer niet zonder Eurydice naar de wereld van het licht terug”.

Toen gebeurde er in de onderwereld iets unieks. De schimmen luisterden naar de liefelijke klanken en weenden. Het koningspaar was diep ontroerd en besloot Eurydice weer met hem te verenigen, op één voorwaarde: Orpheus mocht niet naar zijn geliefde omkijken, voor ze het zonlicht hadden bereikt. Gehoorzaamde hij niet aan dit bevel, dan zou Orpheus Eurydice voorgoed verliezen. Zo klommen beiden dus omhoog door de zwijgende leegte van de onderwereld. Zij waren niet ver meer van het einddoel en de weg voerde steil opwaarts. Zij waren de rivier de Styx, die de scheiding vormde tussen het dodenrijk en de wereld van de levenden, samen overgestoken. Maar hij hoorde haar gewaad niet ruisen; hij bemerkte haar adem niet. Orpheus hield de pas in om achter zich te luisteren. Was zijn vrouw hem niet gevolgd? Volkomen stil was het achter hem. Orpheus werd overweldigd door angst. Vergeefs trachtte hij haar voetstap te horen, maar er was geen geluid. Had zij geen kracht genoeg om het steile pad te beklimmen?. Eén korte blik achterom zou toch geen kwaad kunnen? Toen kon de zanger zich niet langer bedwingen; zijn verlangen en liefdevolle zorg werden zo overweldigend dat hij heel behoedzaam een blik achter zich wierp – daar stond zij vlak achter hem. Daar wàs zij! Maar zij zweefde op en verdween in de huiveringwekkende onderwereld! Een wilde vertwijfeling greep hem aan, met vurig verlangen strekte hij zijn armen nog uit maar hij greep in een leegte. Voor de tweede maal moest zij sterven en toch ging zij zonder een klacht van hem heen, zijn innig geliefde vrouw. Als een teder zuchtje klonk van verre haar afscheidswoord: “Vaarwel, geliefde Orpheus,” en zij verdween in de afgrond.

Woede:
Star, door ontzetting overmand, stond Orpheus daar. Opnieuw was de geliefde hem ontrukt? Vol ontzetting, radeloos en woedend stormde hij terug in de duistere afgrond. Hij rende de weg terug en kwam aan de wateren van de Styx. Maar hij kreeg geen tweede kans om het dodenrijk in te gaan. Smekende gebeden en toornige scheldwoorden zond hij op tot de goden op de Olympus, maar de goden lieten zich niet overhalen.

Verdriet:
Zeven dagen en zeven nachten zat Orpheus zonder te eten of te drinken aan de oever van de rivier de Styx en vergoot bittere tranen. Door diepe smart gebogen, keerde Orpheus terug naar zijn vaderland. Hij speelde niet meer op zijn lier en schonk nergens meer aandacht aan. Eenzaam leefde de zanger; hij vermeed de omgang met mensen. Zijn gedachten waren nog geheel bij zijn geliefde Eurydice.

Aanvaarding:
Na drie jaar kwam Orpheus weer uit de bossen tevoorschijn. Hij was veranderd. Vrouwen konden hem niet meer bekoren, maar muziek maakte hij weer. Als hij speelde op zijn lier kwam het woud in weer beweging, de bomen kwamen naderbij en stelden zich op om de zingende Orpheus, als wilden zij hem hun schaduw schenken als dank voor zijn lied. Ook de schuwe dieren van het woud werden door de wonderschone tonen gelokt. Allen verdrongen zich om Orpheus, zelfs het wild en de bonte zwerm bosvogels, en luisterden weer naar de toverklanken van zijn snarenspel. Maar zijn Eurydice vergat hij nooit meer.